• Ingrid Oonincx

Stadscamping


Amsterdam, Rotterdam, Groningen en Deventer hebben er één. Tilburg ook, maar alleen als er iets bijzonders te doen is zoals Festival Mundial, Roadburn, Incubate of de kermis. De rest van het jaar ligt het gigantische grasveld naast het spoor er verlaten bij. Ooit was er sprake van een wielerbaan en een indoor atletiekbaan, maar het werd een stadscamping. Op pop-up basis. Mega hip dus.

Ik ben fan van het pure kamperen. Met de tent, zonder stroom, in afgelegen natuurgebieden. Geklaag op Zoover over slecht campingsanitair beschouw ik als een aanbeveling. Vorige zomer zat ik te rillen van de kou op de hoogstgelegen camping van Europa (1900 meter). Genieten!

Zo’n stadscamping, met de AH XL om de hoek, is natuurlijk voor doetjes. Toch ging ik er tijdens Festival Mundial eens kijken. Ik was aangenaam verrast. Er was een Spartaanse mobiele douche/toiletcabine, een terras met wankele houten bankjes en een kaal middenterrein waar de tentjes beschermend omringd werden door hippiebusjes, wrakkige campers en een stacaravan. Ik was verkocht.

Het enige nadeel van deze camping was dat het uitzicht niet uit bomen bestond, maar uit torenhoge flats. Ik stelde me voor dat de bewoners daarvan met de juiste verrekijker het campinglife op de voet konden volgen. Reality-tv in het echt! Vanaf de sofa. Wat een luxe.

Het is natuurlijk doodzonde dat deze stadscamping van de gemeente maar vier keer per jaar open mag. Zo krijgen we nooit toeristen in Tilburg. In Frankrijk heeft elke zichzelf respecterende gemeente een camping municipal. Laten we dat als uitganspunt nemen en dit paradijsje midden in de stad een kans geven. En bovendien, zouden die bewoners van die flats daarboven er echt last van hebben?

Column Ingrid Oonincx, gepubliceerd in het Brabants Dagblad van 2 juli 2015


© Copyright  Ingrid Oonincx

  • Facebook B&W
  • Twitter B&W
  • Instagram B&W