• Ingrid Oonincx

Moeilijk


Ingewikkeld, lastig, complex of moeilijk. Dat soort woorden verwacht je niet als je het over je favoriete bezigheid hebt. Toch staar ik soms liever urenlang naar de wolken, frunnik ik aan mijn haar of probeer ik of ik mijn tenen één voor één kan bewegen (dat lukt niet) dan dat ik aan mijn nieuwe boek werk.

De reden? Ik heb het mezelf weer eens veel te moeilijk gemaakt.

Moeilijk in de zin van: veel personages, veel verhaallijnen, veel potentiële daders, veel psychologie en veel spanning. Want dat worden de bestanddelen van mijn nieuwe boek. Tenminste, als het me lukt om dit tot een goed einde te brengen en dat valt nog te betwijfelen. Maar als ik die eindstreep haal, dan heb ik wel mooi mijn eerste echte ‘whodunnit’ geschreven.


Puzzel Het wordt zoiets als in het boek ‘En toen waren er nog maar…’ van Agatha Christie, maar dan helemaal anders. Klinkt spannend toch? De complexiteit zit hem in het feit dat alle personages voor de lezer verdacht moeten zijn en dat houdt in dat er een ingewikkelde puzzel in het verhaal verborgen zit. Tegelijkertijd moet dat verhaal meeslepend, origineel en spannend zijn. Soms wordt die combinatie me te veel en overzie ik het even niet meer.


Hakbijl De oplossing lag in een kist op zolder. Daar lagen namelijk de oude duplo-poppetjes van mijn kinderen. Ik viste er een stuk of tien uit de kist en gaf ieder poppetje een naamplaatje. Toen ging ik spelen. Net zoals bij ‘familie-opstellingen’ plaatste ik de poppetjes op bepaalde afstanden van elkaar. Daarna ging ik schuiven, soms zette ik ze in een groepje, soms ver uit elkaar. Af en toe gooide ik een poppetje om. Wat ook hielp: die duplo-poppetjes hebben gezichtsuitdrukkingen. Sommige poppetjes kijken blij, andere boos, wantrouwig of verdrietig. Een van de poppetjes heeft een hakbijl in zijn (of haar) hand. Over een jaar ofzo weten jullie ook wie dat is.